07 maart 2010
03 maart 2010
Verdronken land
02 maart 2010
Moord in vogelland
Dan sta je daar met je fiets te wachten tot het stoplicht op groen springt als er opeens een luid gekrijs losbarst in de grijze lucht boven je. Je kijkt omhoog en ziet een zwarte vlek, een meter of twintig voor je, recht boven het fietspad waarover je straks je weg vervolgt. Een luchtgevecht in vogelland. De invallende schemering legt een grauwsluier over je waarneming, maar je ziet meteen dat dit geen onschuldige achtervolging is. Hier wordt strijd geleverd op leven en dood. Kauwtjes, constateer je, als je je blik focust; een stuk of vier. De intense vogelkreten doen bijna menselijk aan en snijden door je trommelvliezen. Onwillekeurig huiver je.
Dan dwarrelt er opeens een zwart pakketje loodrecht naar beneden. Het komt terecht op het fietspad voor je. Niet hard genoeg om dood te vallen, maar te hard om meteen weer op te vliegen. De aanvallers storten zich op het slachtoffer en het luchtgevecht wordt een grondgevecht. Er wordt gepikt en gefladderd en getriptrapt en gekrijst. Wat is dit, vraag je je af. Een afrekening in de plaatselijke kauwenkolonie? Een machtsstrijd? Een groepsverkrachting van een zwakke vrouwtjeskauw? Dan springt het stoplicht op groen en fiets je voorzichtig in de richting van het strijdtoneel. En je denkt: met een ruime boog eromheen, want voor je het weet zit je middenin een vogeloorlog.
Als je het gevecht nadert, vliegen de aanvallers krijsend weg, op de vlucht voor de fietser. Even later strompelvliegt ook het slachtoffer op, rakelings langs je voorwiel. Volledig gedesoriënteerd verdwijnt het in dezelfde richting als de aanvallers. Fatale vergissing in kauwtjesland.
(Deze post staat vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden'. Het is mijn op twee na laatste voor de krant. Ook 'Dagblad' gaat over op tabloid en de algemene column op pagina 2, die ik eens in de veertien dagen mocht vullen, verdwijnt. Protestposts en -brieven s.v.p. niet aan mij richten maar aan de hoofdredactie.)
Dan dwarrelt er opeens een zwart pakketje loodrecht naar beneden. Het komt terecht op het fietspad voor je. Niet hard genoeg om dood te vallen, maar te hard om meteen weer op te vliegen. De aanvallers storten zich op het slachtoffer en het luchtgevecht wordt een grondgevecht. Er wordt gepikt en gefladderd en getriptrapt en gekrijst. Wat is dit, vraag je je af. Een afrekening in de plaatselijke kauwenkolonie? Een machtsstrijd? Een groepsverkrachting van een zwakke vrouwtjeskauw? Dan springt het stoplicht op groen en fiets je voorzichtig in de richting van het strijdtoneel. En je denkt: met een ruime boog eromheen, want voor je het weet zit je middenin een vogeloorlog.
Als je het gevecht nadert, vliegen de aanvallers krijsend weg, op de vlucht voor de fietser. Even later strompelvliegt ook het slachtoffer op, rakelings langs je voorwiel. Volledig gedesoriënteerd verdwijnt het in dezelfde richting als de aanvallers. Fatale vergissing in kauwtjesland.
(Deze post staat vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden'. Het is mijn op twee na laatste voor de krant. Ook 'Dagblad' gaat over op tabloid en de algemene column op pagina 2, die ik eens in de veertien dagen mocht vullen, verdwijnt. Protestposts en -brieven s.v.p. niet aan mij richten maar aan de hoofdredactie.)
23 februari 2010
Een vlucht puttertjes
19 februari 2010
Johnny heeft geen graf
De mooiste song op de cd is Cash's vertolking van For the good times van Kris Kristofferson. Een Frans Bauer-tekst op een André Hazes-melodie, maar om van te huilen zo mooi. Er staat één eigen compositie van Cash zelf op Ain't no grave: 1 Corinthians 15:55. 'Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uwe overwinning?', luidt die bijbeltekst. Johnny zingt trouwens: O death, where is thy sting? O grave, where is thy victory?' en in de NBV staat: 'Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?' Hel, graf of dood - wie het weet mag het zeggen. Maar de boodschap is duidelijk: over een jaar of vijf verschijnt American VII. Praise the Lord!
17 februari 2010
Job wordt oud
16 februari 2010
Boerenkool
Het is de hoogste tijd om onze boerenkool met worst te vrijwaren van vreemde smetten. Want de buitenlandse invloeden bedreigen niet alleen onze taal maar ook ons eten. Ik zag laatst al een recept voor boerenkoolrisotto voorbijkomen. En pasta met boerenkool en zongedroogde tomaatjes. De Italiaanse pervertering van onze traditionele oud-Hollandse keuken is al zo ver doorgeslagen dat er godbetert zelfs boerenkoolpesto schijnt te worden gemaakt. Als boerenkool-met-worsteter waan je je tegenwoordig bijna een vreemdeling in eigen land. Nog even en we krijgen ook tajine met boerenkool of boerenkoolcouscous op ons bord. Waanzin.
Hoogste tijd dus voor een grondwettelijke verankering van ons dierbare stamppotrecept. Ik stel voor een kuiltje vette jus als toevoeging te tolereren, maar in de wettekst een voorkeur op te nemen voor Zaanse of Groningse mosterd. En een verbod op spekjes. De ranzige gewoonte om overal maar uitgebakken spekjes doorheen te jassen, is een al even grote bedreiging van de Nederlandse smaak als al die buitenlandse invloeden. Over de positie van de snert zou een aparte bepaling kunnen worden opgenomen.
Eet smakelijk.
(Deze post staat vandaag als column in 'Dagblad van het Noorden'. Bijgaande foto is geen boerenkool, maar een fraaie compositie van schaats en ijs. Vandaag gemaakt op de Beulakkerwiede, alwaar ik weer een paar rondjes heb geschaatst.)
